11-10-2012

Opstart en herstelopties van Windows XP

Sleutelwoorden:
Opstart en herstelopties, Windows XP, standaardbesturingssysteem, Veilige modus, opdrachtprompt, Logboekregistratie voor opstartprocedure inschakelen, Laatste bekende juiste configuratie, opstarten bij systeemfout uitschakelen

De computer opstarten in de veilige modus
De computer opstarten met de laatste bekende juiste configuratie
Automatisch opnieuw opstarten bij systeemfout uitschakelen

Opstartopties

Als u problemen ondervindt bij het opstarten van de computer kunt u de veilige modus proberen. In de veilige modus wordt Windows gestart met standaardinstellingen (VGA-monitor, geen netwerkverbindingen, het muisstuurprogramma van Microsoft en alleen de apparaatstuurprogramma's die minimaal vereist zijn om Windows te kunnen starten).

Als u de computer bijvoorbeeld niet kunt starten nadat u nieuwe software hebt geïnstalleerd, kunt u proberen de computer in de veilige modus te starten met alleen de basisservices, zodat u de instellingen van de computer kunt wijzigen of de zojuist geïnstalleerde software kunt verwijderen die het probleem veroorzaakt. Indien nodig kunt u het servicepack of zelfs het volledige besturingssysteem opnieuw installeren.

Als een probleem niet opnieuw optreedt wanneer u de computer in de veilige modus start, kunt u de standaardinstellingen en basisstuurprogramma's elimineren als mogelijke oorzaak.


Waarschuwing

• Het gevaar bestaat dat de opstartopties worden gebruikt om schadelijke bewerkingen op de computer uit te voeren. Zorg er daarom voor dat de computer altijd op een veilige plek staat die niet toegankelijk is voor kwaadwillende gebruikers.

Het standaardbesturingssysteem voor het opstarten opgeven

1. Open Computerbeheer.

Klik met de rechtermuisknop op 'Deze computer' en kies voor beheren

computerbeheer starten

2. Klik in de consolestructuur met de rechtermuisknop op Computerbeheer (lokaal) en klik op Eigenschappen. (Properties)


eigenschappen openen

3. Klik op het tabblad Geavanceerd bij Opstart- en herstelinstellingen op Instellingen.

Geavanceerde computerinstellingen

4. Klik onder Systeem starten in de lijst Standaardbesturingssysteem op het besturingssysteem dat u wilt starten als u bij het opstarten geen besturingssysteem selecteert.

opstart en herstelinstellingen

5. Selecteer het vak Lijst met besturingssystemen en geef vervolgens op gedurende hoeveel seconden de keuzelijst moet worden weergegeven voordat het standaardbesturingssysteem automatisch wordt gestart.

lijst met besturingssystemen

Opmerkingen

• U kunt deze procedure alleen uitvoeren als u lid bent van de groep Administrators op de lokale computer of als de juiste bevoegdheid aan u is overgedragen. Als de computer deel uitmaakt van een domein, kan het zijn dat ook leden van de groep Domeinadministrators deze procedure kunnen uitvoeren. Uit veiligheidsoverwegingen kunt u beter Uitvoeren als gebruiken om deze procedure uit te voeren. Zie Standaard lokale groepen, Standaardgroepen en Uitvoeren als gebruiken voor meer informatie.

• U opent Computerbeheer als volgt: klik op Start, klik op Configuratiescherm, dubbelklik op Systeembeheer en dubbelklik op Computerbeheer.

• Als u toegang tot een externe computer wilt verkrijgen, klikt u met de rechtermuisknop op Computerbeheer (lokaal), klikt u op Verbinding maken met een andere computer, selecteert u Een andere computer en typt u de naam van de externe computer. U kunt hierna de stappen van deze procedure uitvoeren, te beginnen bij stap 2, en Computerbeheer (naam van externe computer) lezen waar nu Computerbeheer (lokaal) staat. U moet lid zijn van de groep Administrators of beschikken over de desbetreffende machtigingen (via overdracht) op de computer die u opgeeft bij naam van externe computer.

Veilige modus

Hiermee wordt de computer opgestart met alleen de basisbestanden en -stuurprogramma's voor muis, (met uitzondering van seriële muizen), beeldscherm, toetsenbord, massaopslag, basisvideo en standaardsysteemservices. Netwerkverbindingen worden niet tot stand gebracht. Als u de computer ook niet kunt opstarten in de veilige modus, kunt u met behulp van de Herstelconsole proberen het systeem te repareren.

Veilige modus met netwerkmogelijkheden
Hiermee wordt de computer opgestart met alleen de basisbestanden en -stuurprogramma's. Ook eventuele netwerkverbindingen worden tot stand gebracht.

Veilige modus met opdrachtprompt

Hiermee wordt de computer opgestart met alleen de basisbestanden en -stuurprogramma's. Nadat u zich hebt aangemeld, wordt de opdrachtprompt weergegeven in plaats van het Windows-bureaublad, het menu Start en de taakbalk.

Logboekregistratie voor opstartprocedure inschakelen

Hiermee wordt de computer opgestart en worden alle stuurprogramma's die door het systeem zijn geladen (of niet zijn geladen), vastgelegd in een bestand. Dit bestand heet Ntbtlog.txt en wordt opgeslagen in de map %systemroot%. In Veilige modus, Veilige modus met netwerkmogelijkheden en Veilige modus met opdrachtprompt wordt een lijst van alle geladen stuurprogramma's en services toegevoegd aan het opstartlogboek. Het opstartlogboek is een handig hulpmiddel als u wilt achterhalen wat precies de oorzaak van de startproblemen is.

VGA-modus inschakelen

Hiermee wordt de computer gestart in de laagst mogelijke resolutie voor het huidige videostuurprogramma. Het basisvideostuurprogramma wordt altijd gebruikt als u de computer opstart in de veilige modus (hetzij Veilige modus, Veilige modus met netwerkmogelijkheden of Veilige modus met opdrachtprompt).

Laatste bekende juiste configuratie

Hiermee wordt computer opgestart met registergegevens en stuurprogramma's die door Windows zijn opgeslagen bij de laatste aanmelding. Eventuele wijzigingen die zijn aangebracht na de laatste probleemloze aanmelding, gaan hierbij verloren. Gebruik deze optie alleen als u problemen met de configuratie hebt. Lees verder

Modus Active Directory herstellen

Deze optie is bedoeld voor serverbesturingssystemen en wordt alleen gebruikt om de map SYSVOL en de adreslijstservice Active Directory op een domeincontroller te herstellen.

Foutopsporingsmodus

Hiermee wordt de computer opgestart en worden foutopsporingsgegevens via een seriële kabel naar een andere computer verzonden. De seriële kabel moet op de poort COM1 zijn aangesloten en de baud-rate moet op 115.200 zijn ingesteld.

Als u Remote Installation Services gebruikt of hebt gebruikt om Windows op de computer te installeren, kunnen er aanvullende opties worden weergegeven voor het herstellen of terughalen van het systeem met behulp van Remote Installation Services.

Automatisch opnieuw opstarten bij systeemfout uitschakelen

Hiermee wordt de computer niet automatisch opnieuw opgestart wanneer het systeem onverwacht stopt. Gebruik deze optie om te voorkomen dat het systeem opnieuw wordt opgestart terwijl u bezig bent problemen als gevolg van systeemfouten op te lossen. U kunt ook het onderdeel Systeem in het Configuratiescherm openen, het tabblad Geavanceerd selecteren, op Instellingen klikken onder Opstart- en herstelinstellingen en in het dialoogvenster Opstart- en herstelinstellingen het selectievakje De computer automatisch opnieuw opstarten onder Systeemfout uitschakelen. Het resultaat hiervan is hetzelfde als het resultaat van deze optie.

Belangrijk

• Zelfs als u de lokale Administrator-account uitschakelt, is deze nog beschikbaar in de veilige modus.

• Fysieke toegang tot een server vormt een groot beveiligingsrisico. Als u een veilige omgeving wilt waarborgen, moet u de fysieke toegang tot alle servers en netwerkhardware beperken.

De computer opstarten met de laatste bekende juiste configuratie

1. Klik op Start en vervolgens op Afsluiten.

2. Selecteer Opnieuw starten en klik op OK.

3. Druk op het aangegeven tijdstip op F8:

• Bij x86-computers: Druk op F8 wanneer een scherm met tekst verschijnt en vervolgens weer verdwijnt (dit scherm kan tekst bevatten over een geheugentest, het BIOS, enzovoort). Het kan ook zijn dat op het scherm wordt aangegeven wanneer u op F8 kunt drukken.

• Bij een Itanium-computer: Druk op F8 nadat u een keuze hebt gemaakt in het opstartmenu. Het kan ook zijn dat op het scherm wordt aangegeven wanneer u op F8 kunt drukken.

4. Selecteer met de pijltoetsen de optie Laatste bekende juiste configuratie en druk op ENTER.

Als u de pijltoetsen op het numerieke toetsenblok wilt gebruiken, moet NUM-LOCK zijn uitgeschakeld.

5. Markeer met de pijltoetsen een besturingssysteem en druk op ENTER.

Opmerkingen

• Met de opstartoptie Laatste bekende juiste configuratie kunt u het systeem herstellen nadat zich een probleem heeft voorgedaan, bijvoorbeeld wanneer een nieuw toegevoegd stuurprogramma niet goed functioneert met uw hardware. Deze optie biedt geen oplossing voor problemen veroorzaakt door beschadigde of ontbrekende stuurprogramma's of bestanden.

• Wanneer u de optie Laatste bekende juiste configuratie kiest, wordt alleen de informatie in de registersleutel HKLM\System\CurrentControlSet hersteld. Wijzigingen die u in andere registersleutels hebt aangebracht, worden ongemoeid gelaten.

 

De computer opstarten in de veilige modus

1. Klik op Start en vervolgens op Afsluiten.

2. Selecteer Opnieuw starten en klik op OK.

3. Druk op het aangegeven tijdstip op F8:

• Bij x86-computers: Druk op F8 wanneer een scherm met tekst verschijnt en vervolgens weer verdwijnt (dit scherm kan tekst bevatten over een geheugentest, het BIOS, enzovoort). Het kan ook zijn dat op het scherm wordt aangegeven wanneer u op F8 kunt drukken.

• Bij een Itanium-computer: Druk op F8 nadat u een keuze hebt gemaakt in het opstartmenu. Het kan ook zijn dat op het scherm wordt aangegeven wanneer u op F8 kunt drukken.

4. Selecteer met de pijltoetsen de gewenste optie voor de veilige modus en druk op ENTER.

Als u de pijltoetsen op het numerieke toetsenblok wilt gebruiken, moet NUM-LOCK zijn uitgeschakeld.

5. Markeer met de pijltoetsen een besturingssysteem en druk op ENTER.

Opmerkingen

• In de veilige modus van Windows worden uitsluitend basisbestanden en -stuurprogramma's geladen voor muis, beeldscherm, toetsenbord, massaopslag, basisvideo en standaardsysteemservices. Netwerkverbindingen worden niet tot stand gebracht. Als u alle bovenstaande bestanden en stuurprogramma's en daarnaast de benodigde services en stuurprogramma's voor het starten van het netwerk wilt laden, kiest u de optie Veilige modus met netwerkmogelijkheden. Als u de optie Veilige modus met opdrachtprompt kiest, wordt de veilige modus niet gestart met de gebruikersinterface, maar met een opdrachtprompt. U kunt ook de opstartoptie Laatste bekende juiste configuratie kiezen om de computer op te starten aan de hand van registergegevens die zijn opgeslagen toen het systeem de laatste keer werd afgesloten.

• In de veilige modus kunt u problemen opsporen. Als een probleem niet opnieuw optreedt wanneer u de computer in de veilige modus start, kunt u de standaardinstellingen en basisstuurprogramma's elimineren als mogelijke oorzaak. Als een apparaat dat u zojuist hebt toegevoegd of een stuurprogramma dat u hebt gewijzigd, problemen veroorzaakt, kunt u in de veilige modus het stuurprogramma verwijderen of de wijziging ongedaan maken.

• De veilige modus biedt echter niet altijd een oplossing, bijvoorbeeld als de Windows-systeembestanden waarmee het systeem wordt opgestart, zijn beschadigd. In dat geval kan de Herstelconsole uitkomst bieden.

Het standaardbesturingssysteem voor het opstarten opgeven

1. Open Computerbeheer.

2. Klik in de consolestructuur met de rechtermuisknop op Computerbeheer (lokaal) en klik op Eigenschappen.

3. Klik op het tabblad Geavanceerd bij Opstart- en herstelinstellingen op Instellingen.

4. Klik onder Systeem starten in de lijst Standaardbesturingssysteem op het besturingssysteem dat u wilt starten als u bij het opstarten geen besturingssysteem selecteert.

5. Selecteer het vak Lijst met besturingssystemen en geef vervolgens op gedurende hoeveel seconden de keuzelijst moet worden weergegeven voordat het standaardbesturingssysteem automatisch wordt gestart.

Opmerkingen

• U kunt deze procedure alleen uitvoeren als u lid bent van de groep Administrators op de lokale computer of als de juiste bevoegdheid aan u is overgedragen. Als de computer deel uitmaakt van een domein, kan het zijn dat ook leden van de groep Domeinadministrators deze procedure kunnen uitvoeren. Uit veiligheidsoverwegingen kunt u beter Uitvoeren als gebruiken om deze procedure uit te voeren. Zie Standaard lokale groepen, Standaardgroepen en Uitvoeren als gebruiken voor meer informatie.

• U opent Computerbeheer als volgt: klik op Start, klik op Configuratiescherm, dubbelklik op Systeembeheer en dubbelklik op Computerbeheer.

• Als u toegang tot een externe computer wilt verkrijgen, klikt u met de rechtermuisknop op Computerbeheer (lokaal), klikt u op Verbinding maken met een andere computer, selecteert u Een andere computer en typt u de naam van de externe computer. U kunt hierna de stappen van deze procedure uitvoeren, te beginnen bij stap 2, en Computerbeheer (naam van externe computer) lezen waar nu Computerbeheer (lokaal) staat. U moet lid zijn van de groep Administrators of beschikken over de desbetreffende machtigingen (via overdracht) op de computer die u opgeeft bij naam van externe computer.