Taakbeheer – welke software is er actief op mijncomputer?

Dit artikel is op gepubliceerd
in Computertips & Handleidingen, Prestatieverbetering en op 13 maart 2016 bijgewerkt

taakbeheer

Taakbeheer biedt informatie over de programma’s en processen die worden uitgevoerd op uw computer.

Het geeft tevens de meestgebruikte prestatiemeters van processen weer.

Met Taakbeheer kunt u programma’s starten, processen starten of (vastgelopen) processen beëindigen en een dynamische weergave bekijken van de prestaties van de computer. Met de gegevens van taan taakbeheer kun je zelfs problemen oplossen.

Taakbeheer starten

Je start Taakbeheer op een van de volgende manieren:

•Druk op CTRL+SHIFT+ESC.
•Klik met de rechtermuisknop in een leeg gebied van de taakbalk en klik op Taakbeheer.
•Druk op CTRL+ALT+DELETE en klik op Taakbeheer.

Taakbeheer – overzicht

U kunt Taakbeheer gebruiken om de indicatoren voor de prestaties van uw computer te controleren. U kunt de status zien van de programma’s die worden uitgevoerd, en de programma’s beëindigen die niet meer reageren. U kunt ook de activiteiten beoordelen van uitgevoerde processen met behulp van maximaal vijftien parameters, en grafieken en gegevens over het CPU- en geheugengebruik bekijken.

Daarnaast kunt u, als u bent verbonden met een netwerk, de status van het netwerk bekijken en zien hoe het netwerk functioneert.

Als er meer dan één gebruiker aan het netwerk is verbonden, kunt u zien welke gebruikers zich op het netwerk bevinden en wat deze aan het doen zijn. Ook kunt u de gebruikers berichten sturen.

Actieve programma’s

Op het tabblad Toepassingen wordt de status weergegeven van de programma’s die op de computer worden uitgevoerd.

Op dit tabblad kunt u een programma starten of beëindigen, of naar een ander programma overschakelen.

De gegevens in Taakbeheer bijwerken

  • Klik op Nu vernieuwen in het menu Beeld.

note Opmerkingen

  • Als u de frequentie wilt wijzigen waarmee de gegevens automatisch worden bijgewerkt, wijst u in het menu Beeld de optie Bijwerksnelheid aan en klikt u vervolgens op de gewenste opdracht.
  • Als u de gegevens die worden weergegeven in Taakbeheer tijdelijk wilt bevriezen, wijst u in het menu Beeld de optie Bijwerksnelheid aan en klikt u vervolgens op Onderbroken.
  • Gegevens worden standaard automatisch iedere twee seconden bijgewerkt.

Een nieuw programma starten

  1. Klik op Nieuwe taak op het tabblad Toepassingen.
  2. Typ of selecteer in het vak Openen de naam van het programma dat u wilt toevoegen en klik vervolgens op OK.

noteOpmerkingen

  • Nieuwe taak heeft hetzelfde effect als de opdracht Uitvoeren in het menu Start.
  • Als u de naam niet weet van het programma dat u wilt toevoegen, klikt u op Bladeren om deze te zoeken.

Overschakelen naar een ander programma

  • Klik op de tab Toepassingen, klik op het programma waarnaar u wilt overschakelen en klik vervolgens op Activeren.

Een programma beëindigen met Taakbeheer

  • Klik op de tab Toepassingen, klik op het programma dat u wilt beëindigen en klik vervolgens op Taak beëindigen.

note Opmerking

  • Ingevoerde gegevens of aangebrachte wijzigingen in dat programma die niet zijn opgeslagen, gaan verloren.

Actieve processen

In het tabblad Processen ziet u informatie over de processen die op dit moment op de computer worden uitgevoerd.

Zo kunt u bijvoorbeeld informatie weergeven over CPU- en geheugengebruik, wisselfouten, aantal ingangen en verschillende andere parameters.

Een proces beëindigen met Taakbeheer

  • Klik op de tab Processen, klik op het proces dat u wilt beëindigen en klik vervolgens op Proces beëindigen.

important Belangrijk

  • Ga voorzichtig te werk bij het beëindigen van een proces. Als u een toepassing afsluit, verliest u alle niet-opgeslagen gegevens. Als u een systeemservice beëindigt, werkt een deel van het systeem mogelijk niet meer.

note Opmerking

  • Als u een proces en alle processen die direct of indirect door dit proces zijn gemaakt, wilt beëindigen, klikt u op het tabblad Proces met de rechtermuisknop op het proces dat u wilt beëindigen en klikt u vervolgens op Processtructuur beëindigen.

    Als u de processtructuur van een e-mailprogramma als Microsoft Outlook beëindigt, worden ook verwante processen als mapisp32.exe, de MAPI-spooler, beëindigd.

De prioriteit wijzigen van een lopend programma

  • Klik op het tabblad Processen met de rechtermuisknop op het programma dat u wilt wijzigen, wijs Prioriteit instellen aan en klik vervolgens op de gewenste opdracht.

note Opmerkingen

  • Als u de prioriteit van actieve programma’s wilt weergeven, klikt u op het tabblad Processen in het menu Beeld op Kolommen selecteren. Schakel in het dialoogvenster Kolommen selecteren het selectievakje Basisprioriteit in en klik vervolgens op OK.
  • Als u de prioriteit van een proces wijzigt, kan het proces, al naar gelang of u de prioriteit verhoogt of verlaagt, sneller of trager worden, maar ook de prestaties van andere processen kunnen hierdoor nadelig worden beïnvloed.

Een proces aan een processor toewijzen

  • Klik op het tabblad Processen met de rechtermuisknop op het proces dat u wilt toewijzen, klik op Affiniteit instellen en klik vervolgens op een of meer processors.

note Opmerkingen

  • De opdracht Affiniteit instellen is alleen beschikbaar op computers met meerdere processoren.
  • Met de opdracht Affiniteit instellen beperkt u de uitvoering van het programma of proces tot de geselecteerde processors. Bovendien nemen de algehele prestaties mogelijk af.

Prestatiemeters

Op het tabblad Prestaties ziet u een dynamisch overzicht van de prestaties van de computer. De volgende informatie is hierin opgenomen:

Grafieken voor CPU- en geheugengebruik
Totalen voor het aantal ingangen, threads en processen die op de computer worden uitgevoerd.
Totalen, in kilobytes, voor fysiek geheugen, kernelgeheugen en toegewezen geheugen.

De gegevens in Taakbeheer bijwerken

  • Klik op Nu vernieuwen in het menu Beeld.

note Opmerkingen

  • Als u de frequentie wilt wijzigen waarmee de gegevens automatisch worden bijgewerkt, wijst u in het menu Beeld de optie Bijwerksnelheid aan en klikt u vervolgens op de gewenste opdracht.
  • Als u de gegevens die worden weergegeven in Taakbeheer tijdelijk wilt bevriezen, wijst u in het menu Beeld de optie Bijwerksnelheid aan en klikt u vervolgens op Onderbroken.
  • Gegevens worden standaard automatisch iedere twee seconden bijgewerkt. Voor meer informatie over de frequentie waarmee gegevens automatisch worden bijgewerkt, klikt u op Verwante onderwerpen.

Prestaties – overzicht van velden

Op het tabblad Prestaties wordt een dynamisch overzicht weergegeven van de prestaties van de computer.
Kies een van de volgende onderdelen voor meer informatie:

CPU-gebruik

Een grafiek waarin de tijd dat de processor werkt in procenten wordt weergegeven. Deze teller is een primaire indicator voor processoractiviteit. Bekijk deze grafiek om te zien hoeveel verwerkingstijd u gebruikt. Als de computer langzaam lijkt, geeft deze grafiek mogelijk een hoger percentage aan.

Geschiedenis van CPU-gebruik

Een grafiek die weergeeft hoeveel de CPU de laatste tijd is gebruikt. Het voorbeeld dat wordt weergegeven in de grafiek is afhankelijk van de waarde die u selecteert voor de Bijwerksnelheid in het menu Beeld. Frequentie waarmee updates worden uitgevoerd: Hoog=tweemaal per seconde; Standaard=eenmaal per twee seconden; Laag=eenmaal per vier seconden; Onderbroken=weergave wordt niet automatisch bijgewerkt.

Gebruik van wisselbestand

Het deel van het wisselbestand dat wordt gebruikt door het systeem. Als de computer het wisselbestand bijna volledig gebruikt, kunt u het bestand vergroten.

Geschiedenis van wisselbestandsgebruik

Grafiek die weergeeft welk deel van het wisselbestand de laatste tijd is gebruikt. Het voorbeeld dat wordt weergegeven in de grafiek is afhankelijk van de waarde die u selecteert voor de Bijwerksnelheid in het menu Beeld.

Totalen

Totalen voor het aantal ingangen, threads en processen die op de computer worden uitgevoerd.

Toegewezen geheugen (kB)

Geheugen dat is toegewezen aan programma’s en het besturingssysteem. Omdat er geheugen is gekopieerd naar het wisselbestand (het zogenaamde virtuele geheugen), is het mogelijk dat de waarde bij Piek het maximale fysieke geheugen overschrijdt. De waarde voor Totaal is gelijk aan de waarde die wordt weergegeven in de grafiek Geschiedenis van wisselbestandsgebruik.

Fysiek geheugen (kB)

Het totale fysieke geheugen, oftewel RAM-geheugen, dat op de computer is geïnstalleerd. Beschikbaar staat voor de hoeveelheid geheugen dat beschikbaar is voor gebruik. De Systeemcache geeft het huidige fysieke geheugen weer dat wordt gebruikt om pagina’s van geopende bestanden toe te wijzen.

Kernelgeheugen (kB)

Geheugen dat wordt gebruikt door de kernel- en apparaatstuurprogramma’s van het besturingssysteem. In wisselbestand is geheugen dat kan worden gekopieerd naar het wisselbestand, waarbij het fysieke geheugen wordt vrijgemaakt. Het fysieke geheugen kan vervolgens worden gebruikt door het besturingssysteem. Niet in wisselbestand is geheugen dat aanwezig blijft in het fysieke geheugen en niet wordt gekopieerd naar het wisselbestand.

De weergaveopties in Taakbeheer wijzigen

  1. Klik op de tab die overeenkomt met de weergaveoptie die u wilt wijzigen. Klik op:
    • de tab Toepassingen om details of grote of kleine pictogrammen weer te geven.
    • de tab Processen om de kolommen te selecteren die u wilt weergeven.
    • de tab Prestaties om de grafiek Geschiedenis van CPU te wijzigen en kerneltijden weer te geven.
    • de tab Netwerk om informatie weer te geven over de netwerkverbinding.
  2. Klik op de gewenste opdracht in het menu Beeld.

note Opmerking

  • Als u kerneltijden wilt weergeven en rode lijnen wilt toevoegen aan de grafieken CPU-gebruik en Geschiedenis van CPU-gebruik, klikt u op de tab Prestaties. Klik in het menu Beeld op Kerneltijden weergeven. De rode lijnen duiden aan hoeveel CPU-bronnen worden gebruikt door kernelbewerkingen.

Netwerkprestaties bekijken

Op het tabblad Netwerk ziet u een grafische weergave van de netwerkprestaties. Een eenvoudige, kwalitatieve indicator geeft de status aan van het netwerk of de netwerken die actief zijn op uw computer. Het tabblad Netwerk wordt alleen weergegeven als een netwerkkaart aanwezig is.

Op dit tabblad kunt u de kwaliteit en beschikbaarheid van uw netwerkverbinding weergeven, of u nu bent verbonden met één netwerk of met meerdere.

Netwerkfuncties – overzichtHet tabblad Netwerk geeft de hoeveelheid netwerkverkeer aan voor de verbindingen op de lokale computer. Dit is handig om snel te kunnen bepalen hoeveel netwerkbandbreedte er wordt gebruikt. Wanneer meerdere netwerkverbindingen worden gebruikt, kan het verkeer dat via deze verbindingen loopt eenvoudig worden vergeleken.

Als u meerdere netwerkkaarten op de computer hebt, geeft de grafiek een samengestelde index weer van alle netwerken, die al het netwerkverkeer toont.

Als u een zichtbare lijn wilt weergeven in de grafiek voor netwerkverkeer op een interface, wordt de weergave automatisch geschaald om de weergave van verkeer versus beschikbare bandbreedte te vergroten. Als er weinig verkeer is, staat de volledige hoogte van de grafiek maar voor 5% van de beschikbare bandbreedte voor de verbinding. Wanneer het verkeer dat niveau overschrijdt, wordt de schaling aangepast voor een in mindere mate vergrote weergave van het huidige verkeer (om bijvoorbeeld 10% van de totaal beschikbare bandbreedte weer te geven). Hoe hoger het percentage in de grafiek, hoe kleiner de vergroting van het verkeer ten opzichte van de beschikbare bandbreedte. De schaalfactor wordt aangegeven in de grafiek. Als u de schalingsfunctie wilt uitschakelen, klikt u in het menu Opties op Schaal automatisch aanpassen om de waarde te wijzigen.

Bovendien kunt u de kolomkoppen wijzigen die onder de grafiek worden weergegeven. Deze koppen worden beschreven in de volgende tabel.

Kolomnaam Standaard AAN? Beschrijving
Netwerkadapternaam Ja Naam van de netwerkadapter in de map Netwerkverbindingen.
Beschrijving van adapter Beschrijving van de adapter. Deze is normaal gesproken gelijk aan de apparaatnaam in de netwerkverbindingenmap.
Netwerkgebruik Netwerkgebruikspercentage dat is gebaseerd op de oorspronkelijke verbindingssnelheid van de interface.
Koppelingssnelheid Verbindingssnelheid van de interface, gebaseerd op de oorspronkelijke verbindingssnelheid.
Doorvoer van verzonden bytes Het percentage van de verbindingsbandbreedte dat is gebruikt door verkeer dat vanaf de computer is verzonden in de polling-periode.
Doorvoer van ontvangen bytes Het percentage van de verbindingsbandbreedte dat is gebruikt door verkeer dat door de computer is ontvangen in de polling-periode.
Doorvoer van bytes Het percentage van de verbindingsbandbreedte dat is gebruikt door verzonden en ontvangen verkeer in de polling-periode.
Bytes verzonden Het totaal aantal bytes dat tot nu toe is verzonden via de verbinding. Cumulatief, kan opnieuw worden ingesteld.
Ontvangen bytes Het totaal aantal bytes dat tot nu toe is ontvangen via de verbinding. Cumulatief, kan opnieuw worden ingesteld.
Totaal aantal bytes Het totaal aantal bytes dat tot nu toe is verzonden en ontvangen via de verbinding. Cumulatief, kan opnieuw worden ingesteld.
Bytes verzonden/interval Het totaal aantal bytes dat via de verbinding is verzonden in het polling-interval.
Ontvangen bytes/interval Het totaal aantal bytes dat via de verbinding is ontvangen in het polling-interval.
Bytes/interval Het totaal aantal bytes dat via de verbinding is ontvangen en verzonden in het polling-interval.
Verzonden unicasts Het totaal aantal bytes bytes waarvoor een aanvraag is ingediend voor verzending naar unicast-adressen door protocollen van een hoger niveau. De waarde bevat de pakketten die zijn verwijderd of niet zijn verzonden.
Ontvangen unicasts Het totaal aantal bytes dat is ontvangen van unicast-adressen door protocollen van een hoger niveau.
Unicasts Het totaal aantal unicast-pakketten dat tot nu toe is verzonden of ontvangen.
Verzonden unicasts/interval Het totaal aantal bytes waarvoor een aanvraag is ingediend voor verzending naar subnet-unicast-adressen door protocollen van een hoger niveau via de verbinding in het polling-interval.
Ontvangen unicasts/interval Het totaal aantal bytes van subnet-unicast-adressen dat is afgeleverd bij protocollen van een hoger niveau via de verbinding in het polling-interval.
Unicasts/interval Het totaal aantal bytes van verzonden en ontvangen unicast-pakketten voor de verbinding in het polling-interval.
Verzonden non-unicasts Het totaal aantal bytes waarvoor tot nu toe een aanvraag is ingediend voor verzending naar non-subnet-unicast-adressen door protocollen van een hoger niveau via de verbinding.
Ontvangen non-unicasts Het totaal aantal bytes van non-subnet-unicast-adressen die tot nu toe zijn afgeleverd bij protocollen van een hoger niveau via de verbinding.
Non-unicasts Het totaal aantal non-unicast-pakketten dat tot nu toe is verzonden of ontvangen.
Verzonden non-unicasts/interval Het totaal aantal bytes waarvoor een aanvraag is ingediend voor verzending naar non-subnet-unicast-adressen door protocollen van een hoger niveau via de verbinding in het polling-interval.
Ontvangen non-unicasts/interval Het totaal aantal bytes van non-subnet-unicast-adressen dat is afgeleverd bij protocollen van een hoger niveau via de verbinding in het polling-interval.
Non-unicasts/interval Het totaal aantal verzonden en ontvangen non-unicast-pakketten in het polling-interval.

Netwerkverbindingen weergeven

  • Klik op de tab Netwerk.

note Opmerkingen

  • Het tabblad Netwerk wordt alleen weergegeven als een netwerkkaart aanwezig is.
  • Het tabblad Netwerk geeft de hoeveelheid netwerkverkeer aan voor de verbindingen op de lokale computer. Klik op Verwante onderwerpen voor meer informatie.

Sessies controleren

Op het tabblad Gebruikers worden gebruikers weergegeven die toegang hebben tot deze computer, en de sessiestatus en namen. Clientnaam geeft de naam aan van de clientcomputer die de sessie gebruikt, indien van toepassing. Sessie levert een naam die u kunt gebruiken voor het uitvoeren van taken, zoals het sturen van een bericht aan een andere gebruiker of het maken van verbinding met de sessie van een andere gebruiker.

De tab Gebruikers wordt alleen weergegeven als op de computer waarop u werkt Snel naar andere gebruiker overschakelen is ingeschakeld en als deze computer lid is van een werkgroep of als het een zelfstandige computer is. De tab Gebruikers is niet beschikbaar op computers die lid zijn van een netwerkdomein.

Gebruikers – overzicht van velden

Elk veld op het tabblad Gebruikers wordt hieronder beschreven. Kies een van de volgende onderdelen voor meer informatie:

Gebruiker

Hiermee geeft u de gebruikers weer die zijn aangemeld op deze computer.

ID

Hiermee geeft u de numerieke id weer van de sessie op de computer.

Status

Hier wordt de huidige status van een sessie weergegeven. Mogelijke sessiestatussen in Taakbeheer zijn onder andere Actief en Verbinding verbroken.

Naam van client

Hier staat, indien van toepassing, de naam van de clientcomputer die de sessie gebruikt.

Sessie

Hiermee geeft u de sessienamen op deze computer weer.

De tekst van deze handleiding is integraal overgenomen uit het helpbestand Windows taakbeheer. © Microsoft